Andere

Samenwerken met ouders en externen

Niveau van schoolwerkplan/visie

Op het niveau van het schoolwerkplan betrekken we ouders graag bij het nadenken over de werking van onze school. Via het oudercomité kunnen ouders hun inspraak doen en samen met het team nadenken over de manier waarop we onze school en onderwijs vorm kunnen geven.

De helpende handen is een groep van ouders die bereid zijn om op schoolniveau de handen uit de mouwen te steken: helpen bij het repareren van fietsen, gras afrijden, meegaan op uitstap…

Bij het begin van elk schooljaar krijgen de ouders de mogelijkheid zich aan te sluiten bij de het oudercomité of de helpende handen. Voor grote schooluitstappen/activiteiten kunnen alle ouders worden aangesproken of zij een handje kunnen toesteken.

 

Met onze ouders worden duidelijke afspraken gemaakt. De leerkrachten  blijven tijdens uitstappen verantwoordelijk voor hun klas/school maar van ouders wordt een bepaald engagement verwacht waar zowel de kinderen, ouders als leerkrachten zich goed bij voelen.

Niveau van Preventieve Basiszorg (GWP)

Op het niveau van de preventieve basiszorg zullen we ouders betrekken bij de schoolloopbaan van hun zoon of dochter. Tijdens het oudercontact in september wordt aan de ouders door de leerkracht vermeld welke doelen wij zullen nastreven op het groepsniveau en indien nodig op individueel niveau. Een evaluatie vindt plaats tijdens de oudercontacten van februari en juni.

 

Op het groepsniveau kunnen ook uitstappen en activiteiten worden georganiseerd waarbij de hulp van ouders welkom is. Leerkrachten zijn vrij om ouders aan te spreken met de vraag of zij een handje kunnen toesteken. De leerkracht blijft verantwoordelijk voor hun groep maar van ouders wordt een bepaald engagement verwacht waar zowel de kinderen, de ouders als leerkrachten zich goed bij voelen.

Niveau van de Verhoogde Zorg (IHP)

Op het niveau van de verhoogde zorg zullen we ouders betrekken bij de schoolloopbaan van hun zoon of dochter. Wanneer wij in een klas niet kunnen tegemoet komen aan de specifieke onderwijsbehoeften van het kind, zullen ouders hiervan op de hoogte worden gebracht. Dit kan gebeuren op een oudercontact, een klassenraad, telefonisch… door de leerkracht, de orthopedagoog of de directie.

 

Samen met de ouders willen we nadenken op welke manier we het best tegemoet komen aan de specifieke onderwijsbehoeften van de leerling. Op die manier kunnen we onze doelen samen bepalen en onze manier van aanpak op elkaar afstemmen.

Ouders kunnen vrijblijvend aansluiten op de standaardklassenraad of kunnen ook zelf een klassenraad of overleg aanvragen met de leerkracht, orthopedagoog en/of directie.

 

Ouders kunnen op dit niveau ook hun steentje bijdragen en leerkrachten kunnen beroep doen op hun aangeboden diensten. In samenspraak (zie boven) met de leerkracht wordt gekeken op welke manier de ouder ondersteuning kan bieden.

Niveau van Uitbreiding van Zorg

Op het niveau van uitbreiding van zorg willen we ouders betrekken bij de schoolloopbaan van hun zoon of dochter. Wanneer we geen antwoord kunnen geven op de specifieke onderwijsbehoeften van het kind op het niveau van de verhoogde zorg, worden de ouders, samen met het CLB uitgenodigd om rond de tafel te zitten opdat we op een constructieve manier kunnen samenwerken. Op dit niveau van overleg kunnen ook externen worden uitgenodigd om samen met de ouders en het schoolteam na te denken hoe we kunnen tegemoet komen aan de specifieke onderwijsbehoeften van de leerling.

Deze informatie wordt met de ouders besproken op een of meerdere klassenraden/overlegmomenten.

Niveau van Overstap

Op het niveau van overstap gaan we ouders nauw betrekken bij het vervolg van de schoolloopbaan van hun zoon of dochter. Indien we ook geen antwoord kunnen bieden op de specifieke onderwijsbehoeften op het niveau van uitbreiding van zorg willen we samen met de ouders en het CLB nadenken over een mogelijke doorverwijzing. In deze fase van het proces gaan we op zoek wie of wat tegemoet kan komen aan de behoeften van de leerling, de leerkracht en de ouders.

Deze informatie wordt met de ouders besproken op een of meerdere klassenraden/overlegmomenten.

Visie op speeltijd voor iedereen

Niveau van SWP/visie

Niveau van prevetieve basiszorg

Niveau van verhoogde zorg

Alle kinderen in Levensblij hebben recht op een leuke, aangename speeltijd waar ze op een correcte manier kunnen komen tot sociale interacties, zich kunnen uitleven en nieuwe energie kunnen opdoen.

Niveau van het SWP/ VISIE:

 

Alle kinderen spelen samen tijdens de speeltijd op onze speelplaats. Bij goed weer mogen de kinderen ook op het gras spelen. Bij regenweer spelen de kinderen onder het afdak en is er ook een aanbod binnen. Onder de middag wordt er tijdens het toezicht materiaal aangeboden aan de kinderen. De kinderen leren met dit materiaal spelen tijdens een turnles of het  wordt door de klastitularis/ambulante juf aangebracht.

Op de speelplaats gelden voor alle kinderen een aantal regels en afspraken.

De duur van de speeltijd wordt voor de kinderen gevisualiseerd aan de hand van een Time Timer.

Niveau van de PREVENTIEVE BASISZORG:

 

Een aantal kinderen slaagt er niet in om te spelen op de grote speelplaats, samen met alle andere kinderen. Het kind komt niet tot spelen, is onrustig, angstig …

Na een individuele klassenraad voor het kind wordt gekeken in welke mate wij enkele maatregelen kunnen treffen opdat speeltijd voor dat kind opnieuw leuk en aangenaam wordt.

 

  • Kinderen krijgen een individueel stoeltje om een duidelijke fysische begrenzing te hebben tijdens de speeltijd. Het stoeltje biedt hen de veiligheid die ze zoeken (cfr kinderen die motorisch beperkt zijn).

  • Kinderen (in een rolstoel) krijgen een ‘buddy’ die met hen wandelt, samen speelt op de speelplaats. Zo zien zij ook wat er op de speelplaats gebeurt, kunnen zij op hun manier deelnemen aan het gebeuren.

 

Dit wordt telkens aan de ouders voorgelegd en met hun goedkeuring brengen we dit in voege

Niveau van de VERHOOGDE ZORG:

 

Een aantal kinderen, kan ondanks de verschillende aanpassingen die worden gedaan op de speelplaats, niet functioneren op de speelplaats, tijden de speeltijd.

Na een individuele klassenraad (met ouders) voor het kind wordt gekeken welke specifieke ondersteuningsbehoeften deze leerling heeft en in welke mate wij hierop kunnen antwoorden.

De specifieke onderwijsbehoefte van deze leerlingen is vaak: geef mij een speeltijd waar ik opnieuw tot spelen kan komen in een rustige en explorerende omgeving.

Voor deze kinderen bestaat het WOEZELTOEZICHT. Dit wordt georganiseerd tijdens de middagspeeltijd: deze kinderen gaan naar een andere ruimte spelen dan de grote speelplaats. We hebben vooraan onze school het gras met ons vogelnest, het verharde stuk aan de Blokkendoos en bij slecht weer de spiegelzaal of het snoezellokaal.

Deze kinderen krijgen een sportzak met speelmateriaal. Dit is materiaal dat aansluit op de belevingswereld van deze kinderen.

Sommige kinderen krijgen nog een meer individugerichte invulling van de speeltijd.

Voor sommige kinderen wordt de speeltijd ook gevisualiseerd.

Dit wordt telkens met ouders besproken vooraleer we dit willen toepassen.

Er wordt steeds geëvalueerd in welke mate het kind beter tot spelen komt en een terugkeer naar de grote speelplaats al dan niet haalbaar is.

Sommige kinderen komen voortdurend in conflict op de grote speelplaats. Speeltijd wordt voor hen dan echt een stressmoment.

Deze kinderen kunnen in de klas blijven en krijgen daar een opdracht van de juf of meester.

(momenteel één leerling)

Dit wordt telkens met ouders besproken.

Na een tijd wordt dit geëvalueerd en wordt een mogelijke terugkeer besproken (naar de woezels of grote speelplaats)

Kinderen waarbij het leerproces chronisch vastloopt binnen de aanpassingen en individuele benadering van de huidige setting.

Het totale functioneren wordt belemmerd.

Bijvoorbeeld:

  • Kinderen met een ernstig submodaal functioneren van het leerproces.

  • Kinderen met een pathologisch functioneren van de persoonlijkheid (en waarbij dit een directe invloed heeft op hun leren).

Voorbeeld uit de praktijk: De cognitieve mogelijkheden van D. zijn in die mate beperkt dat het hem heel veel frustratie oplevert wanneer hij, wat hij kan en doet, vergelijkt met wat andere kinderen kunnen en doen.  Wanneer we ons enkel toespitsen op zijn cognitieve mogelijkheden en zijn leerproces schatten we in dat zijn hulpvraag beter beantwoord zou kunnen worden in een OV2 bv. binnen het Pedagogisch Centrum Wagenschot.

Rapportering

Niveau van Schoolwerkplan/Visie

Wij vinden het belangrijk om schriftelijk te communiceren met de ouders van elk kind. Bij onze kleuters zullen wij vooral communiceren via de agenda van het kind en op de overlegmomenten, via een telefoongesprek en oudercontacten.

Bij onze lagereschoolkinderen willen we graag communiceren aan de hand van een rapport om op die manier eenduidig en transparant te zijn naar de ouders, kinderen en leerkrachten.

 

Het rapport geeft aan wat de leerling allemaal kan binnen de verschillende ontwikkelingsdomeinen en vanuit de verschillende disciplines. Het rapport is niet enkel een weergave van kennis maar ook een middel om het leerproces, de vaardigheden en  de attitudes van de leerlingen te tonen.

 

We willen met ons rapport het positieve benadrukken en kinderen motiveren vol te houden. Het rapport kan een gesprek op gang brengen tussen de leerlingen, ouders en de school over wat de leerling al kan en wat nog de onderwijsbehoeften zijn van de leerling. Op die manier is het rapport een schakel in het leren en helpt het het schoolteam verdere doelen te bepalen.

 

Twee keer per schooljaar wordt een rapport meegegeven aan de ouders. Een keer in februari en een keer in juni. Eerst worden op een klassenraad de geselecteerde ontwikkelingsdoelen besproken en geëvalueerd. Op een oudercontact wordt deze evaluatie mondeling worden toegelicht.

Niveau van Preventieve Basiszorg (GWP)

Het rapport zegt voor verschillende ontwikkelingsdoelen die geselecteerd zijn voor de klasgroep wat de leerling al kan en waarin hij of zij nog kan verder groeien.

Het geeft de ouders, leerlingen en het schoolteam een overzicht over de vooruitgang van de leerling, ook in de klasgroep.

Niveau van de Verhoogde Zorg (IHP)

Het rapport zegt voor de verschillende ontwikkelingsdoelen die geselecteerd zijn voor de individuele leerling wat de leerling al kan en waarin hij of zij nog kan verder groeien.

Het geeft de ouders, leerlingen en het schoolteam een overzicht over de vooruitgang van de individuele leerling.

De rapportering van individuele therapieën op school wordt toegevoegd aan het rapport zodat de ouders een totaalbeeld krijgen van hun kind.

Niveau van Uitbreiding van Zorg

Adviezen bij uitbreiding van zorg (inschakelen van externen) gebeuren steeds mondeling op een oudercontact, na een klassenraad en in overleg met het CLB.

Niveau van Overstap

Adviezen voor een doorverwijzing gebeuren steeds mondeling op een oudercontact, na een klassenraad 7927

en in overleg met het CLB.

Huiswerk

Niveau van Schoolwerkplan/Visie

Huiswerk hoort bij het leven op een school, ook op een buitengewone school. Het is wel belangrijk om hier goede afspraken rond te maken want huiswerk kan anders leiden tot misverstanden, frustraties, werkdruk en stress.

Op het niveau van het schoolwerkplan hebben we oog voor een huiswerkbeleid dat rekening houdt met de groep leerlingen. Op onze school zullen alleen de kinderen van de (oudste) lagere klassen huiswerk krijgen. Differentiatie is ook hier heel belangrijk! Van onze kinderen verwachten we geen gelijke taken maar wel, voor elk kind afzonderlijk een gelijke inspanning.

Huiswerk mag geen taak zijn die leerlingen in de klas niet meer konden voltooien en thuis moeten afwerken.

Dagelijks huiswerk krijgen is niet optimaal. Wij opteren voor een- of tweemaal in de week.

De visie op huiswerk wordt op het eerste oudercontact in september meegedeeld aan de ouders. Het is belangrijk dat ouders en leerkrachten hier op één lijn staan.

Indien huistaken meerdere keren niet gemaakt worden, zullen de leerkrachten eerst eens de ouders bevragen: hoe komt het dat het niet lukt om de huistaak te maken? Dit kan via de agenda, telefonisch.

Indien het moeilijk blijft voor kinderen om een huistaak te maken, wordt met de betrokken leerkrachten afgesproken wat we kunnen doen: geen huistaak meer meegeven, een huistaak mag eens in de klas worden gemaakt…

Niveau van Preventieve Basiszorg (GWP)

 

Differentiatie vinden we vaak terug in de klas, maar als we echt willen inzetten op gelijke kansen, geldt dit principe ook voor huiswerk.

In onze ‘leerklassen’ zullen huistaken voornamelijk cognitieve taken zijn met betrekking tot het automatiseren van leerstof.

In onze ‘functionele’ klassen zullen huistaken meer gericht zijn op het thuis uitvoeren van een geleerde vaardigheid (vb. koffie zetten, helpen afwassen…).

Niveau van de Verhoogde Zorg (IHP)

De leerkracht geeft op het niveau van elk kind een aangepaste taak met duidelijke instructies. Indien mogelijk overlegt de leerkracht met de leerling tegen welke dag de huistaak in orde moet zijn.

De leerkracht is er ook van overtuigd dat de leerling de huistaak individueel en zelfstandig kan maken.

Wanneer de huistaak wordt binnengebracht zorgt de leerkracht voor een waardering en feedback die in verhouding staat met de geleverde inspanningen.

Eetbegeleiding

Schoolwerkplan/Zorgvisie

Niveau van Preventieve 

Basiszorg (GWP)

Het pasgeboren kind beschikt over vaardigheden die noodzakelijk zijn om de voeding die het via de borst krijgt aangeboden tot zich te nemen. Met het ouder worden zal het kind andere eettechnieken ontwikkelen en voedingsmiddelen van verschillende consistentie aangeboden krijgen. Om deze middelen goed te kunnen opnemen zal een complex leerproces plaatsvinden. Echter verloopt dit bij niet alle kinderen vanzelf en vergen sommige eetproblemen een multidisciplinaire aanpak. Op onze school gaat er heel veel aandacht uit naar de eetbegeleiding van de kinderen en scholen wij ons voortdurend bij over eetproblematieken, mogelijke (therapeutische) aanpakken, tips… De logopedist en ergotherapeut doen bij het begin van het schooljaar een rondgang in alle klassen. Zij observeren de kinderen en vullen, samen met de klasleerkrachten, voor ieder van hen een eet- en drinkfiche in. Op die manier geven zij tips aan de leerkrachten die de kinderen begeleiden tijdens het middagmaal.

Wij eten van 11.20u tot 12.05u. Op die manier krijgen de kinderen voldoende tijd om te eten en kunnen wij, als begeleider, inzetten op een juiste houding, aanpassen van het materiaal, een juiste samenstelling van de voeding… We kiezen voor een positieve aanpak en gaan telkens uit van wat het kind al kan. We streven ernaar dat het kind zo zelfstandig mogelijk kan eten. Onze logopedist en ergotherapeut trachten zoveel mogelijk samen in een klas een aantal kinderen te begeleiden. Zo kunnen zij hun expertise en info makkelijk uitwisselen. Indien een vraag komt van een andere klas, kan er door middel van een observatie, door een video-opname de eetsituatie herbekeken worden. Hieraan worden een aantal adviezen gekoppeld. Wanneer de begeleiding van het ene kind kan doorgegeven worden aan de klasleerkrachten, kan het volgende kind begeleid worden. Onze therapeuten kunnen als ‘vlinder’ worden ingezet om de eetsituaties zoveel en zo goed mogelijk te begeleiden.

Op een multidisciplinaire klassenraad, via observatie ea. willen we een 

goede kijk krijgen op het eetgedrag van onze kinderen: hoe komt het dat sommige kinderen moeilijk eten? Zitten kinderen goed op hun stoel? Gebruiken zij het juiste materiaal? Info uit de anamnese is hierbij heel belangrijk. Op schoolniveau willen we een aantal adviezen formuleren. Echter blijft het belangrijk om stap voor stap aan het werk te gaan en niet teveel tegelijk te willen veranderen. Het is de kunst om samen met het kind de juiste manier te vinden om tot eten te komen. Vergeet niet: elk kind is uniek en elke situatie is anders!

Als je weet waarom je iets doet en hoe je het kunt doen, voel je je meer zeker. Een aantal tips op schoolniveau:

  • Belang van aankondigen dat we gaan eten en wat we gaan eten.

  • Handen wassen voor en na het eten.

  • Leeftijdsadequate verwachtingen stellen aan het kind.

  • Waarom zitten kinderen soms vast in hun stoel wanneer we eten?

  • Stopprotocol

  • Eten moet leuk blijven!

  • We gaan kokerellen.

Eet-o-theek Op onze school is een “eet-o-theek” aanwezig. Dit is een box met allerlei materiaal dat kan uitgetest worden bij de kinderen: aangepaste lepels, verschillende soorten bekers en borden, andere hulpmiddelen m.b.t. het eten… Na een observatie, door onze bevoegde therapeuten, of een klassenraad kan er beslist worden om aangepast materiaal voor een bepaalde periode uit te testen. Enkel onze logopedist en ergotherapeut lenen materiaal uit: zij duiden op een lijst aan welk materiaal er aan welke klas of leerling wordt uitgeleend. Indien na evaluatie beslist wordt dat dit aangepaste materiaal goed is, zal er worden overgegaan naar de aankoop van dit materiaal. Het uitgeleende materiaal wordt terug in de box geplaatst.

Communicatie met ouders Bij het begin van het schooljaar geven wij aan ouders een vragenlijst mee die peilt naar de mogelijkheden, vaardigheden van een kind op verschillende ontwikkelingsterreinen. Wij peilen ook naar de zorgvragen van ouders. In deze vragenlijst krijgen vragen rond eten, in de uitgebreide vorm (structuur, vorm, materiaal…), een plaats. Wanneer we op school een aanpassing willen doorvoeren zullen we met ouders hierover in overleg gaan. Wij vinden het belangrijk dat we met ouders dezelfde visie delen en geven dan ook tips om het (zelfstandig) eten thuis zoveel mogelijk te stimuleren. We zijn ervan overtuigd dat een aanpak pas effect zal hebben wanneer we in verschillende contexten op eenzelfde manier aan de slag gaan.

We moeten onthouden dat elk kind elk stapje in het eetproces moet leren. Het is hierbij belangrijk dat we in elke klas preventief een aantal maatregelen nemen om zoveel mogelijk kinderen de juiste ondersteuning te geven bij het eten. We streven ernaar om zoveel als nodig begeleiders bij de groep te plaatsen tijdens het middageten. Op die manier proberen we de kinderen te helpen bij het streven naar hun zelfstandig eten, naar hun actieve rol tijdens de maaltijd. We zorgen ervoor dat er in elke klas aangepast meubilair is waar kinderen kunnen aan eten: de juiste stoel, tafel, het juiste bord, de juiste beker, het juiste bestek.

Niveau van Verhoogde 

Zorg (IHP)

De normale ontwikkeling van het eten en drinken verloopt bij alle kinderen met ups en downs. Dit is ook zo voor onze bijzondere kinderen. Ook deze kinderen kunnen in een fase zitten waardoor ze niet willen eten. Elk probleem heeft zijn eigen specifieke oorzaak. Er kunnen heel veel verschillende oorzaken zijn en het is van belang te zoeken naar de juiste. Het is van belang om het hele kind en de situatie in kaart te brengen. Indien een leerkracht moeilijkheden opmerkt i.v.m. het eten bij een kind, kan dit gemeld worden aan onze ergotherapeut of logopedist, die 

een specifieke opleiding omtrent eetbegeleiding volgenden. Er wordt een hulpvraag geformuleerd. Het kind wordt door hen geobserveerd en samen, in overleg, wordt gekeken welke maatregelen er kunnen genomen worden: aangepast materiaal, stoel… We doen dit altijd in samenspraak met ouders.

Niveau van Uitbreiding 

van Zorg

Indien wij merken dat onze begeleiding door onze opgeleide therapeuten niet voldoende is, zullen wij op een klassenraad in overleg gaan met het CLB. Zij kunnen ons wegwijs maken in het landschap van specifieke ondersteuning bij eetbegeleiding en ons doorverwijzen naar specifieke diensten die ons kunnen helpen.

Niveau van Overstap

Wanneer onze begeleiding in samenwerking met het CLB ontoereikend blijft, gaan wij op zoek naar diensten, artsen, logopedisten… die heel erg gespecialiseerd zijn in dergelijke problematiek. Wij verwijzen ouders en hun kind door naar deze dienst. Indien een terugkeer naar de school opnieuw mogelijk is, gaan wij in overleg met de betrokken diensten om zoveel mogelijk onze begeleiding af te stemmen op de noden van het kind.

© 2016  Piet Becaus voor kbo Levensblij

055 31 37 38   /   info.kbolevensblij@kbonet.be  /  Galgestraat 2, 9700 Oudenaarde